ARTIKEL · Internationaal

India schrapt zelfidentificatie: rechter grijpt niet in bij medische keuring

Het Indiase Hooggerechtshof weigert een spoedschorsing van de wet die zelfidentificatie van gender vervangt door een verplichte medische keuring. Wat de uitspraak betekent, en waarom het debat verder reikt dan India.

21 september 2026

Sinds 25 mei 2026 is zelfidentificatie van gender in India geen wettelijke route meer: op die dag trad een amendement op de Transgender Persons (Protection of Rights) Act in werking (bron). Onder de wet van 2019 gaf de district magistrate op aanvraag een identiteitscertificaat af op basis van de zelf ervaren genderidentiteit van de aanvrager (bron). Na het amendement geeft de district magistrate dat certificaat pas af nadat hij de aanbeveling van een daarvoor aangewezen medische commissie heeft beoordeeld (bron). Tegenstanders stapten naar het Hooggerechtshof. Op 4 mei 2026, toen de wet al was aangenomen maar nog niet in werking was getreden, weigerde het hof een voorlopige schorsing (bron).

Wat de wetswijziging verandert

De oorspronkelijke Transgender Persons Act van 2019 volgde, zij het onvolmaakt, de lijn die het Hooggerechtshof zelf in 2014 had ingezet: erkenning van genderidentiteit op basis van de eigen beleving van de aanvrager. Het amendement van 2026 draait dat om. De district magistrate, die het certificaat ook onder de wet van 2019 al afgaf, beslist voortaan na de aanbeveling van een medische commissie onder leiding van een Chief Medical Officer of een Deputy Chief Medical Officer, en mag daarbij andere medische deskundigen inschakelen (bron). Rechter Bagchi vatte de verschuiving tijdens de zitting samen als die van zelfbeschikking naar medische vaststelling (bron). Daarmee keert India terug naar een model waarin een buitenstaander — een arts, een ambtenaar — bepaalt of iemands genderidentiteit "telt", in plaats van de persoon zelf.

Geen spoedschorsing, wel een rechtszaak

Een bank onder leiding van President van het Hooggerechtshof Surya Kant en rechter Joymalya Bagchi behandelde de zaak op 4 mei 2026. De rechters gaven geen voorlopige voorziening, met als reden dat de wet op dat moment nog niet officieel in werking was gesteld. Wel riep het hof de centrale regering en de deelstaten op om te reageren en bepaalde het dat de zaak over de grondwettigheid van het amendement aan een bank van drie rechters wordt voorgelegd (bron). Het is dus geen uitspraak over de wet zelf. De wet trad daarna, op 25 mei 2026, in werking.

Het argument tegen de wet: terug naar vóór 2014

Senior advocaat A.M. Singhvi voerde namens de eisers aan dat het amendement ingaat tegen de NALSA-uitspraak van het Hooggerechtshof uit 2014, waarin zelfidentificatie volgens hem is erkend op grond van de artikelen 14, 19 en 21 van de Indiase grondwet. Een van zijn argumenten: dat een klein aantal mensen een regeling zou kunnen misbruiken, rechtvaardigt niet dat de rechten van een hele gemeenschap worden ingeperkt (bron). De vraag wat zelfidentificatie juridisch betekent speelt ook buiten India: deze site schreef eerder over de uitspraak van het Britse Supreme Court over de betekenis van 'vrouw' in wetgeving.

Het argument vóór de wet: misbruik en gedwongen ingrepen

Namens de Indiase regering stelde Solicitor General Tushar Mehta dat de nieuwe strafbepalingen alleen zien op het dwingen van iemand tot een geslachtsveranderende ingreep. De zorg over misbruik kwam tijdens de zitting van het hof zelf: President Surya Kant vroeg of zelfbeschikking het gevaar meebrengt dat mensen zich als het andere geslacht voordoen om aanspraak te maken op voorkeursregelingen. Singhvi antwoordde dat zulke voorkeursregelingen voor transgender personen niet bestaan (bron). De vraag hoe je toegankelijkheid voor wie de registratie oprecht nodig heeft combineert met waarborgen tegen misbruik, is niet uniek Indiaas; over de omgang met het begrip geslacht in Europese wetgeving gaat op deze site bijvoorbeeld het dossier over het Oostenrijkse Bundesgleichbehandlungsgesetz.

Waarom dit verder reikt dan India

De Indiase zaak is in juridisch opzicht een lokale kwestie — een grondwettelijke toetsing van een nationale wet. Maar de onderliggende vraag is universeel: is genderidentiteit iets dat door zelfrapportage wordt vastgesteld, of hoort daar een externe, verifieerbare toets bij? India koos in 2019 voor het eerste model en zwenkt nu, zeven jaar later, naar het tweede. De Indiase omkering laat zien dat een land dat eenmaal voor zelfidentificatie koos, daar ook weer van kan terugkomen.

Op 17 augustus 2026 behandelde een bank van drie rechters (Surya Kant, Joymalya Bagchi en V. Mohana) de zaak opnieuw. Het hof legde de toezegging van de regering vast dat identiteitskaarten die vóór het amendement zijn afgegeven geldig blijven, onder voorbehoud van de uitkomst van de procedure, en droeg de regering op een schriftelijke reactie in te dienen (bron). Een uitspraak over de grondwettigheid van het amendement was er op dat moment nog niet; de beoordeling door een medische commissie bleef de geldende regel.

Saskia Weijermars

Saskia Weijermars

Redactie

Veelgestelde vragen

BRON

The Pioneer

Verder lezen

Alle artikelen →