JURIDISCH DOSSIER · MINDERJARIGEN

Jongeren en rechten — minderjarigen en wettelijke sekse-wijziging

Het Nederlandse stelsel kent een leeftijdsdrempel van zestien jaar voor wijziging van de juridische sekse via art. 1:28 BW. Het ingetrokken wetsvoorstel van 2021 wilde ook kinderen onder de zestien een weg bieden, via de rechtbank. In het Verenigd Koninkrijk speelden intussen de rechtszaak Bell v Tavistock en de Cass Review (2024), die het bewijs voor medische behandeling van minderjarigen opmerkelijk zwak noemt.

De huidige Nederlandse drempel

Artikel 1:28 BW stelt vanaf 1 juli 2014 een minimumleeftijd van zestien jaar voor de wijziging van de geslachts­vermelding in de geboorteakte, mits er een verklaring van een deskundige wordt overgelegd (bron; tekst per 1 juli 2014). Voor jongere kinderen bestaat langs deze route geen toegang. Artikel 1:24 BW kent alleen een rechterlijke procedure om een akte te verbeteren die onvolledig is of een misslag bevat (bron).

De drempel van zestien jaar is geen toevallig getal. Volgens de memorie van toelichting wordt die leeftijd vaker aangehouden bij gewichtige aangelegenheden waarover een minderjarige zelfstandig kan beslissen, met name het aangaan van een geneeskundige behandelingsovereenkomst (art. 7:447 BW) (bron; art. 7:447 BW). Bij geneeskundige behandeling beslissen onder de twaalf de ouders met gezag (art. 7:465 BW); van twaalf tot zestien is de toestemming van zowel het kind als de ouders nodig (art. 7:450 BW).

Wat het voorstel 2021 wilde wijzigen

Wetsvoorstel 35825 hield de drempel van zestien jaar aan voor de wijziging bij de ambtenaar van de burgerlijke stand, liet de deskundigenverklaring vervallen en opende een nieuwe weg voor kinderen onder de zestien: hun wettelijke vertegenwoordiger zou de rechtbank om de wijziging kunnen verzoeken, en de rechtbank zou toetsen of die in het belang van het kind is (bron). Wilden de ouders niet meewerken, dan kon het kind volgens de toelichting de rechtbank zelf om een beslissing vragen; de rechtbank kon dan een bijzondere curator benoemen (bron). Het voorstel legde daarmee een figuur op tafel waarbij een minderjarige onder de zestien, ook zonder instemming van de ouders, juridisch van sekse kan veranderen als de rechtbank dat in het belang van het kind acht.

Volgens de memorie van toelichting wilde het kabinet daarmee "recht doen aan de emancipatie van transgender personen". De toelichting steunde op de evaluatie van de Transgenderwet, waarin ook de regels in Argentinië, Ierland, Malta en Noorwegen zijn onderzocht. De rechterlijke tussenkomst voor kinderen onder de zestien moest de wens tot verruiming in balans brengen met de zorgvuldigheid die hun jonge leeftijd vraagt, met een verwijzing naar artikel 3, tweede lid, van het Verdrag inzake de rechten van het kind (bron).

Het Verdrag inzake de Rechten van het Kind

Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK, 1989), waar Nederland sinds 1995 partij bij is (bron), bepaalt in artikel 3 lid 1: ‘Bij alle maatregelen betreffende kinderen, ongeacht of deze worden genomen door openbare of particuliere instellingen voor maatschappelijk welzijn of door rechterlijke instanties, bestuurlijke autoriteiten of wetgevende lichamen, vormen de belangen van het kind de eerste overweging.’ (bron)

De relevante vraag is dan: wat dient het belang van het kind bij een juridische sekse-wijziging op jonge leeftijd? Wie de wijziging als administratief beschouwt, zal dat belang vooral identificeren met de erkenning van de eigen identiteit. Wie wijst op de doorwerking in het personen- en familierecht (de wijziging staat dan in officiële documenten en speelt door in latere besluitvorming) en op de onzekerheid over het verloop van gender-incongruentie bij kinderen, zal het belang van het kind anders inschatten. De Cass Review schrijft dat sociale transitie in de kindertijd mogelijk het verloop van de identiteitsontwikkeling verandert bij kinderen met vroege gender-incongruentie (bron).

Casus: Bell v Tavistock en de Cass Review

Bell v Tavistock and Portman NHS Trust (2020/2021)

High Court of Justice [2020] EWHC 3274 (Admin), 1 december 2020; Court of Appeal [2021] EWCA Civ 1363, 17 september 2021.

De High Court oordeelde dat het zeer onwaarschijnlijk is dat een kind van 13 jaar of jonger bekwaam is om in te stemmen met puberteits­remmers, en dat het twijfelachtig is of een kind van 14 of 15 de langetermijnrisico's en -gevolgen kan begrijpen en afwegen. De rechters wezen daarbij op de mogelijk levenslange gevolgen en het beperkte bewijs voor de werkzaamheid (bron). De Court of Appeal vernietigde de verklaring en de richtlijn van de High Court in 2021: die betroffen omstreden feiten en medische opvattingen die zich niet leenden voor een uitspraak in deze procedure, en het is aan artsen om te beoordelen of een minderjarige bekwaam is om toestemming te geven (bron). De genderkliniek voor jongeren van de Tavistock and Portman NHS Foundation Trust (GIDS) is op 31 maart 2024 gesloten; NHS England noemt de sluiting een van de stappen na het interimrapport van de Cass Review uit 2022 (bron).

Cass Review (eindrapport april 2024)

Het onderzoek, in 2020 door NHS England in opdracht gegeven en geleid door dr. Hilary Cass, noemt het bewijs op dit terrein "remarkably weak" (vertaald: opmerkelijk zwak) en stelt dat er geen goed bewijs is over de langetermijnuitkomsten van behandelingen (bron). De richtlijnen van WPATH bleken bij de beoordeling door de Universiteit van York niet zorgvuldig ontwikkeld ("lack developmental rigour") (bron). Sociale transitie moet binnen de NHS volgens het rapport worden gezien als een actieve interventie, omdat die grote gevolgen kan hebben voor het psychisch functioneren en de uitkomsten op langere termijn (bron). NHS England stelde een plan op om de aanbevelingen uit te voeren; puberteitsremmers zijn binnen de NHS-genderzorg voor jongeren niet langer routinematig beschikbaar (bron).

Ouderlijk gezag en de positie van de gezagsdrager

In het Nederlandse familierecht is het ouderlijk gezag geen formaliteit, maar de plicht en het recht van de ouder om het minderjarige kind te verzorgen en op te voeden (art. 1:247 BW) (bron). Een wetgevend stelsel waarbij een minderjarige bij conflict de gezags­drager via de rechtbank kan passeren voor een fundamentele wijziging in de juridische identiteit, plaatst het ouderlijk gezag op een paradoxale positie: verantwoordelijk voor de opvoeding, maar zonder beslis­macht over een wijziging die de juridische identiteit van het kind raakt.

De memorie van toelichting bij wetsvoorstel 35825 verwees voor zo'n conflict naar de bestaande regels: het kind kan de rechtbank om een beslissing vragen (art. 1:253a BW) en de rechtbank kan een bijzondere curator benoemen (art. 1:250 BW) (bron). Het kabinet heeft het wetsvoorstel ingetrokken; de intrekkingsbrief is gedateerd 11 augustus 2025 en door de Tweede Kamer ontvangen op 13 januari 2026 (bron). Daarmee is deze vraag voor het Nederlandse recht voorlopig theoretisch. In landen die wel een regeling voor minderjarigen kennen, blijft de verhouding tussen ouderlijk gezag en de wens van de minderjarige een juridisch vraagstuk. In Spanje kunnen jongeren vanaf zestien de wijziging zelf aanvragen, van veertien tot zestien met bijstand van hun wettelijke vertegenwoordigers, en van twaalf tot veertien met toestemming van de rechter (bron). In Duitsland kan een jongere vanaf veertien de verklaring zelf afleggen met toestemming van de wettelijke vertegenwoordiger, die de familierechter kan vervangen; onder de veertien legt de wettelijke vertegenwoordiger de verklaring af (bron).

De Nederlandse situatie na de intrekking

Met de intrekking van het wetsvoorstel blijft de leeftijdsdrempel van zestien jaar in artikel 1:28 BW gehandhaafd. Voor jongere kinderen kent de wet geen procedure om de geslachtsvermelding op grond van hun genderidentiteit te wijzigen. Sociaal transitie buiten het juridische stelsel (naamgebruik, kleding, aanspreekvorm) blijft uiteraard mogelijk; zij heeft alleen geen juridisch gevolg voor de geboorteakte of de BRP-registratie.

De vraag of zestien jaar de juiste drempel is, ligt politiek niet acuut voor. Wel zou een eventueel toekomstig voorstel — gegeven de Cass Review en gegeven de internationale herijking van zorg voor minderjarigen — naar verwachting niet zonder grondige analyse van de gevolgen voor het belang van het kind kunnen.