JURIDISCH DOSSIER · WETSTEKST

Artikel 1:28 BW — wat staat er, wat staat er niet

Artikel 28 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek is de spil van het Nederlandse stelsel voor wijziging van de geslachts­registratie in de geboorteakte. Hier staat de tekst, met analyse van wat de wet precies regelt — en wat zij niet regelt.

De wettekst

De Nederlandse wet kent de regeling in vier artikelen: 1:28, 1:28a, 1:28b en 1:28c BW. De regeling trad op 1 juli 2014 in werking (bron). Hieronder staat de letterlijke tekst van de vier artikelen zoals die op wetten.overheid.nl is gepubliceerd (bron).

ART. 1:28 BW — DE AANGIFTE

«1. Iedere Nederlander van zestien jaar of ouder die de overtuiging heeft tot het andere geslacht te behoren dan is vermeld in de akte van geboorte, kan van die overtuiging aangifte doen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand onder wie de desbetreffende akte berust. Indien de akte van geboorte niet hier te lande in de registers van de burgerlijke stand is ingeschreven, geschiedt de aangifte bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage.

2. Voor de toepassing van het eerste lid en het derde lid alsmede de artikelen 28a en 28b wordt onder akte van geboorte mede verstaan een akte van inschrijving van een buiten Nederland opgemaakte akte van geboorte of van een beschikking als bedoeld in artikel 25c.

3. Degene die de Nederlandse nationaliteit niet bezit kan een aangifte als bedoeld in het eerste lid doen, indien hij gedurende een tijdvak van ten minste één jaar, onmiddellijk voorafgaande aan de aangifte, woonplaats in Nederland heeft en een rechtsgeldige verblijfstitel heeft. In dat geval wordt tevens een afschrift van de akte van geboorte overgelegd.

4. De minderjarige van zestien jaar of ouder is bekwaam tot het doen van de in het eerste lid bedoelde aangifte ten behoeve van zichzelf, alsmede om ter zake in en buiten rechte op te treden.»

ART. 1:28A BW — DE DESKUNDIGENVERKLARING

«1. Bij de aangifte wordt overgelegd een verklaring van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen deskundige, afgegeven ten hoogste zes maanden voor de datum van de aangifte.

2. De deskundigenverklaring vermeldt dat degene op wie de aangifte betrekking heeft jegens de deskundige heeft verklaard de overtuiging te hebben tot het andere geslacht te behoren dan is vermeld in zijn akte van geboorte en jegens de deskundige er blijk van heeft gegeven diens voorlichting omtrent de reikwijdte en de betekenis van deze staat te hebben begrepen en de wijziging van de vermelding van het geslacht in de akte van geboorte weloverwogen te blijven wensen. De deskundige geeft de verklaring niet af indien hij gegronde reden heeft om aan de gegrondheid van bedoelde overtuiging te twijfelen.»

ART. 1:28B BW — DE LATERE VERMELDING

«1. Indien aan artikel 28a is voldaan voegt de ambtenaar van de burgerlijke stand aan de akte van geboorte een latere vermelding toe van wijziging van het geslacht. Artikel 27 is van overeenkomstige toepassing.

2. In het in de eerste zin van het eerste lid bedoelde geval kan de ambtenaar van de burgerlijke stand desverzocht tevens overgaan tot wijziging van de voornamen van degene op wie de aangifte betrekking heeft.

3. In het geval bedoeld in artikel 28, eerste lid, tweede zin, schrijft de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage de akte van geboorte tevens in het register van geboorten van die gemeente in.»

ART. 1:28C BW — GEVOLGEN

«1. De wijziging van de vermelding van het geslacht in de akte van geboorte heeft haar gevolgen, die uit dit boek voortvloeien, vanaf de dag waarop de ambtenaar van de burgerlijke stand aan de akte van geboorte een latere vermelding van wijziging van het geslacht toevoegt. Dit tijdstip geldt eveneens voor de wijziging van de voornamen, bedoeld in artikel 28b, tweede lid.

2. De wijziging van de vermelding van het geslacht laat de op het in het eerste lid genoemde tijdstip bestaande familierechtelijke betrekkingen en de daaruit voortvloeiende op dit boek gegronde rechten, bevoegdheden en verplichtingen onverlet.

3. Indien de betrokkene na de wijziging van de vermelding van het geslacht een kind baart, wordt voor de toepassing van titel 11 en hetgeen daaruit voortvloeit uitgegaan van het geslacht dat deze voor de wijziging had. In geval van adoptie van een kind op verzoek van degene die dit na de wijziging van de vermelding van het geslacht heeft verwekt of heeft ingestemd met een daad die de verwekking van het kind met eigen zaad tot gevolg heeft gehad, en het kind is of wordt geboren binnen de relatie van de adoptant en de ouder, is de maatstaf van het vierde lid van artikel 227 van toepassing.»

Wat de wet feitelijk regelt

De artikelen 1:28 tot en met 1:28b BW regelen drie dingen:

  1. Wie aangifte kan doen. Een Nederlander van zestien jaar of ouder met de overtuiging tot het andere geslacht te behoren (artikel 28 lid 1). Wie de Nederlandse nationaliteit niet heeft, kan aangifte doen na ten minste één jaar woonplaats in Nederland en met een rechtsgeldige verblijfstitel (lid 3).
  2. Welke voorwaarde geldt. Een verklaring van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen deskundige, ten hoogste zes maanden oud. Daarin staat dat de betrokkene tegenover de deskundige heeft verklaard die overtuiging te hebben, blijk heeft gegeven de voorlichting over de reikwijdte en de betekenis te hebben begrepen en de wijziging weloverwogen blijft wensen (artikel 28a). Het Besluit aanwijzing deskundigen transgenders uit 2014 wees artsen en psychologen van de genderteams van het VUmc, het UMCG en Curium-LUMC aan en gaf de minister de bevoegdheid ook andere artsen en psychologen aan te wijzen (bron).
  3. Waar de aangifte wordt gedaan. Bij de ambtenaar van de burgerlijke stand onder wie de geboorteakte berust. Tot 1 juli 2014 liep de wijziging via de rechter; de wet van 18 december 2013 maakte er een bevoegdheid van de ambtenaar van de burgerlijke stand van (bron).

Wat de wet niet regelt

  • Geen derde sekse-categorie. Artikel 1:28 BW spreekt van ‘het andere geslacht’; een wijziging naar ‘non-binair’ of ‘X’ noemt het artikel niet. Wel heeft de Rechtbank Limburg op 28 mei 2018 in een afzonderlijke zaak de ambtenaar van de burgerlijke stand verzocht een nieuwe geboorteakte op te maken met de vermelding ‘het geslacht is niet kunnen worden vastgesteld’ (bron).
  • Geen diagnose in de wettekst. De wettekst noemt geen diagnose of classificatie zoals ‘genderdysforie’. De deskundige geeft de verklaring niet af als hij gegronde reden heeft om aan de gegrondheid van de overtuiging te twijfelen (artikel 28a lid 2).
  • Geen lichamelijke voorwaarden. De wet van 18 december 2013 liet de voorwaarden van fysieke aanpassing aan het gewenste geslacht en absolute onvruchtbaarheid vervallen (bron).
  • Geen wijziging van bestaande familierechtelijke betrekkingen. Artikel 1:28c lid 2 BW laat de familierechtelijke betrekkingen die op het moment van de wijziging bestaan, en de daaruit voortvloeiende rechten, bevoegdheden en verplichtingen uit Boek 1, onverlet. Baart de betrokkene na de wijziging een kind, dan wordt voor het afstammingsrecht uitgegaan van het geslacht van vóór de wijziging (lid 3).
  • Geen regeling voor andere documenten. De vier artikelen gaan alleen over de geboorteakte. Volgens de memorie van toelichting bij de wet is de geboorteakte leidend voor overheidsadministraties en daarmee voor de vermelding van het geslacht in reisdocumenten (bron).

Vergelijking met internationale stelsels

Verenigd Koninkrijk — Gender Recognition Act 2004

De Britse wet kent een Gender Recognition Panel. Dat wijst een aanvraag toe als de aanvrager genderdysforie heeft of heeft gehad, de twee jaar vóór de aanvraag in het verworven geslacht heeft geleefd en van plan is dat tot de dood te blijven doen (bron). Dat is strikter dan het Nederlandse stelsel op het punt van bewijs, en met een formelere besluitvormingsprocedure. Het UK Supreme Court oordeelde op 16 april 2025 dat de termen ‘man’, ‘woman’ en ‘sex’ in de Equality Act 2010 verwijzen naar het biologische geslacht (bron).

Duitsland — Selbstbestimmungsgesetz (SBGG) 2024

Sinds 1 november 2024 kunnen in Duitsland de geslachtsvermelding en de voornamen worden gewijzigd door een verklaring bij het Standesamt. De verklaring moet drie maanden van tevoren bij het Standesamt worden aangemeld, en binnen een jaar na de verklaring is geen nieuwe verklaring mogelijk (bron). Dit is een zelf-identificatie-stelsel.

Spanje — Ley Trans (Ley 4/2023)

De Spaanse wet van 28 februari 2023 geeft iedere Spanjaard vanaf zestien jaar het recht zelf bij de burgerlijke stand om wijziging van de geslachtsvermelding te vragen. De wet verbiedt daarbij een medisch of psychologisch rapport of een aanpassing van het lichaam als voorwaarde te stellen. Jongeren van veertien en vijftien jaar dienen het verzoek zelf in, bijgestaan door hun wettelijke vertegenwoordigers; voor kinderen van twaalf en dertien jaar is rechterlijke toestemming nodig (bron). Eveneens een zelf-identificatie-stelsel.

Hongarije — afschaffing rechtelijke erkenning (2020)

Aan het andere uiterste staat Hongarije. Daar trad op 29 mei 2020 een wetswijziging in werking die bepaalt dat het geboorteregister het ‘geslacht bij geboorte’ vermeldt en dat dit niet kan worden gewijzigd. Het Hongaarse Constitutionele Hof verklaarde op 9 maart 2021 de bepaling ongrondwettig die de nieuwe regels ook op lopende verzoeken van toepassing verklaarde. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens stelde op 22 juni 2023 in de zaak R.K. tegen Hongarije een schending van artikel 8 EVRM vast wegens het ontbreken van een wettelijk kader (bron). Het Comité van Ministers van de Raad van Europa betreurde op 16 september 2026 in een interimresolutie dat de wijzigingen uit 2020 ondanks zijn oproepen nog gelden en in 2025 ook in de Hongaarse grondwet zijn vastgelegd (bron).

De Nederlandse middenpositie

Tussen het Hongaarse model (geen erkenning), het Britse model (formele commissie en diagnose), het Nederlandse model (deskundigenverklaring), en het Duits-Spaanse model (zelf-verklaring) zit Nederland sinds 2014 in een middenpositie: erkenning is mogelijk, maar gebonden aan een verklaring van een derde.

Het wetsvoorstel uit 2021 (Kamerstuk 35825) wilde de deskundigenverklaring laten vervallen (bron) en zou Nederland daarmee richting het Duits-Spaanse model hebben verschoven. De staatssecretaris trok het voorstel in bij brief van 11 augustus 2025; die brief werd pas in januari 2026 gepubliceerd (bron). Daarmee blijft Nederland in de middenpositie staan. Of dat een eindstation is, of een tussenstation, hangt af van het politieke krachtenveld en van wat in andere jurisdicties zichtbaar wordt over de uitvoerbaarheid van zelf-ID-stelsels.