JURIDISCH DOSSIER · INGETROKKEN VOORSTEL

Wetsvoorstel 2021 — zelf-identificatie, in 2025 ingetrokken

Kamerstuk 35825: op 3 mei 2021 ingediend door minister Dekker (Rechts­bescherming), mede namens de minister van OCW. Het voorstel wilde de deskundigen­verklaring uit artikel 1:28a BW schrappen en kinderen onder de zestien via de rechtbank de mogelijkheid geven hun geslachtsregistratie te laten wijzigen. Na ruim vier jaar ingetrokken: de intrekkingsbrief van staatssecretaris Struycken is gedateerd 11 augustus 2025.

Wat het voorstel wilde regelen

Het wetsvoorstel met kamerstuknummer 35825 droeg de officiële titel ‘Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het veranderen van de voorwaarden voor wijziging van de vermelding van het geslacht in de akte van geboorte’ (bron). De kern bestond uit drie ingrepen.

  1. Afschaffing van de deskundigen­verklaring. Niet langer zou een aangewezen arts of psycholoog hoeven verklaren dat de overtuiging tot het andere geslacht te behoren duurzaam is. Een kennisgeving bij de ambtenaar van de burgerlijke stand, later in persoon bevestigd, zou volstaan (bron).
  2. Een route voor kinderen onder de zestien. Voor wie zestien jaar of ouder is, bleef de procedure bij de gemeente. Voor jongere kinderen zou de rechtbank de wijziging kunnen gelasten op verzoek van de wettelijke vertegenwoordiger, als die wijziging in het belang van het kind is (bron). Een nota van wijziging voegde toe dat de rechter bij een geschil tussen het kind en de gezagsdragers ambtshalve kan beslissen, als een kind van twaalf jaar of ouder dat wil (bron).
  3. Een bedenktijd. De bevestiging moest ten vroegste vier en ten laatste twaalf weken na de kennisgeving plaatsvinden, waarna de ambtenaar de wijziging vastlegde (bron).

In de memorie van toelichting werd het voorstel gepresenteerd als vervolg op de evaluatie van de Transgenderwet, die per 1 juli 2014 de voorwaarden had versoepeld, en als aansluiting bij internationale ontwikkelingen, zoals het schrappen van transgender-zijn als psychische stoornis door de Wereldgezondheidsorganisatie in 2018 (bron).

Wat de kritiek erop was

De kritiek kwam uit verschillende hoeken en richtte zich op verschillende elementen.

Raad van State

De Afdeling advisering van de Raad van State plaatste in haar advies van 10 maart 2021 kanttekeningen bij het voorstel. Zij wees erop dat deskundigen in het algemeen voorstander zijn van behoud van de minimumleeftijd van zestien jaar, en vroeg zich af of de wilsbekwaamheid en de duurzaamheid van de wens voldoende vaststaan als iemand die wens alleen binnen vier tot twaalf weken bevestigt. Ook miste zij een motivering waarom de deskundigenverklaring ook voor zestien- en zeventienjarigen moest vervallen (bron).

Zorgen over vrouwenruimten

In het verslag van de vaste Kamercommissie voor Justitie en Veiligheid gaven fracties zorgen door van burgers en organisaties: dat het makkelijker registreren van een ander geslacht tot misbruik kan leiden en tot onveilige situaties voor vrouwen in kleedkamers, wellnesscentra, vrouwenopvang en vrouwengevangenissen, en dat vrouwensport minder goed mogelijk zou worden. Ook in de consultatie waren toegang tot vrouwengevangenissen, opvang voor slachtoffers van huiselijk geweld, sanitaire voorzieningen en sportwedstrijden aangedragen (bron).

Deskundigen over kinderen onder de zestien

Een aparte lijn van kritiek betrof de kinderen onder de zestien. De memorie van toelichting vermeldt zelf dat deskundigen van de genderklinieken pleitten voor terughoudendheid bij wijziging van de registratie onder de zestien jaar, omdat de genderidentiteit in die leeftijdsgroep nog fluïde kan zijn. De regering antwoordde dat de verplichte tussenkomst van de rechter die behoedzaamheid waarborgt (bron).

De intrekking, augustus 2025

Het wetsvoorstel werd op 3 mei 2021 bij de Tweede Kamer ingediend (bron). De plenaire behandeling begon op 27 en 28 september 2022, maar werd voor de val van het kabinet op 7 juli 2023 niet voortgezet; op 12 september 2023 verklaarde de Kamer het voorstel controversieel. Op 23 april 2024 nam de Kamer de motie Van Vroonhoven en Diederik van Dijk aan, die vroeg het voorstel binnen een maand in te trekken. Minister Weerwind (Rechtsbescherming) en minister Dijkgraaf (OCW) lieten weten de motie niet uit te voeren (bron).

Op 8 april 2025 nam de Kamer de motie Diederik van Dijk c.s. aan, die de regering opnieuw vroeg het voorstel in te trekken. In de intrekkingsbrief van 11 augustus 2025 schreef staatssecretaris Struycken (Justitie en Veiligheid): ‘Het kabinet wenst gehoor te geven aan de herhaalde oproep van een meerderheid van uw Kamer.’ De brief kondigt geen vervolgvoorstel aan (bron). Door een administratieve fout werd de brief pas in januari 2026 gepubliceerd. Staatssecretaris Van Bruggen bevestigde op 2 april 2026 dat het voorstel met de brief van 11 augustus 2025 is ingetrokken (bron).

CHRONOLOGIE 35825

3 mei 2021 — Indiening bij de Tweede Kamer door minister Dekker (Rechtsbescherming) (bron).

2021–2022 — Schriftelijke behandeling: verslag, nota naar aanleiding van het verslag, nota van wijziging, amendementen (bron).

27–28 september 2022 — Begin van de plenaire behandeling; het debat wordt niet voortgezet.

12 september 2023 — De Tweede Kamer verklaart het voorstel controversieel.

april 2024 — Motie Van Vroonhoven en Diederik van Dijk om het voorstel in te trekken aangenomen; het kabinet voert haar niet uit.

8 april 2025 — Motie Diederik van Dijk c.s. aangenomen.

16 april 2025 — Het UK Supreme Court oordeelt in For Women Scotland dat ‘man’, ‘woman’ en ‘sex’ in de Equality Act 2010 verwijzen naar biologische sekse (bron).

11 augustus 2025 — Intrekkingsbrief van staatssecretaris Struycken; digitaal gepubliceerd in januari 2026.

Wat de intrekking betekent

Met de intrekking blijven de artikelen 1:28 en 1:28a BW gelden zoals ze sinds de Transgenderwet van 2014 luiden: een deskundigenverklaring is vereist en de aangifte bij de ambtenaar van de burgerlijke stand staat open vanaf zestien jaar (bron). Het Nederlandse recht heeft daarmee, anders dan dat van Spanje (2023; bron) en Duitsland (2024; bron), géén overstap gemaakt naar wijziging van de geslachtsregistratie zonder oordeel van een deskundige.

De intrekking is geen inhoudelijk oordeel over het voorstel; de toets door een deskundige is simpelweg nooit afgeschaft. Voor het bredere debat is zij relevant omdat zij laat zien dat een voorstel voor zelf-identificatie in een ontwikkelde rechts­staat ook kan stranden voordat het wet wordt.