ARTIKEL · Portugal
Portugese psycholoog over de vraag: wat is een vrouw?
De Portugese klinisch psycholoog Ana Durão schrijft op Genspect dat een gezonde cultuur de vraag "wat is een vrouw?" moet kunnen stellen. Zij vindt dat de klinische praktijk identiteitsgebonden lijden moet onderzoeken in plaats van het automatisch te bevestigen.
21 september 2026
Ook in Portugal wordt de vraag "wat is een vrouw?" gesteld. In een essay op Genspect schrijft de Portugese klinisch psycholoog en psychotherapeut Ana Durão over de plaats van de psychologie in een debat dat de cultuur volgens haar heeft geprobeerd het zwijgen op te leggen. Haar stuk verscheen op 16 september 2026 en begint met de uitspraak van het Britse Supreme Court van april 2025. Er zijn vragen, schrijft zij, die een gezonde cultuur moet kunnen stellen zonder zichzelf te vernietigen, en dit is er een van.
Een uitspraak die een breuk zichtbaar maakte
Durão neemt de uitspraak van het Britse Supreme Court in de zaak For Women Scotland als vertrekpunt. De rechters oordeelden op 16 april 2025 unaniem dat de termen "man", "vrouw" en "geslacht" in de Equality Act 2010 verwijzen naar biologisch geslacht. Iemand met een erkenningscertificaat (Gender Recognition Certificate) voor het vrouwelijke gender valt daardoor niet onder de definitie van "vrouw" in die wet. Het Hof schreef erbij dat deze uitleg de bescherming van transpersonen tegen discriminatie niet wegneemt (bron). Durão wijst daar ook op. Volgens haar maakte de beslissing wel een breuk zichtbaar die al door scholen, ziekenhuizen, sport, spreekkamers en openbare ruimtes liep. Voor sommigen is het stellen van de vraag al een daad van agressie, schrijft zij; voor anderen betekent het niet stellen ervan dat het vrouwelijke als lichamelijke, historische, symbolische en sociale werkelijkheid wordt uitgewist. De psychologie moet dit debat volgens haar niet betreden als ideologische rechtbank, maar mag evenmin de plicht om na te denken opgeven.
Geen stoornis, wel een diagnose
De kern van haar betoog is klinisch. Durão schrijft dat de DSM-5-TR transgender zijn niet als psychische stoornis beschouwt. De klinisch relevante diagnose is genderdysforie: aanzienlijk lijden dat samenhangt met de incongruentie tussen het ervaren gender en het bij de geboorte toegewezen geslacht. Dat onderscheid noemt zij essentieel. Het voorkomt dat identiteit wordt gepathologiseerd, en het voorkomt ook dat de klinische praktijk wordt vervangen door automatische bevestiging. Luisteren naar identiteitsgebonden lijden betekent volgens haar niet dat een verhaal over het lichaam automatisch wordt bevestigd. Gendertransitie, sociaal, hormonaal of chirurgisch, mag niet als automatisch klinisch antwoord worden aangenomen, in het bijzonder niet bij kinderen en adolescenten. De klinische vraag moet open blijven: wat is dit lijden, en hoe verhoudt het zich tot het lichaam, de familiegeschiedenis, schaamte, puberteit, trauma of afwijzing van het eigen lichaam? Durão verwijst daarbij naar de Cass Review uit 2024, die volgens haar duidelijk heeft gemaakt hoe zwak het bewijs voor medische interventies bij minderjarigen is en dat differentiaaldiagnostiek zorgvuldiger moet.
De kloof tussen richtlijn en praktijk
In Portugal botst die eis van zorgvuldigheid volgens Durão op een kloof tussen wat beroepsorganisaties opschrijven en wat de klinische praktijk waarmaakt. De aanbevelingen van het college voor kinder- en jeugdpsychiatrie van de Portugese artsenorde en de adviezen van de Portugese orde van psychologen erkennen volgens haar op papier het belang van differentiaaldiagnostiek, voortgezette exploratie en beoordeling van de wilsbekwaamheid. In de praktijk bereiden opleiding, supervisie en behandelmodellen professionals er volgens haar zelden op voor om weerstand te bieden aan de druk om snel te handelen. Onder psychologen, psychotherapeuten, kinderpsychiaters en artsen ziet zij het risico dat begrip wordt vervangen door het volgen van affirmatieve modellen, soms zonder zorgvuldige beoordeling van lijden, ontwikkeling en context. Als de beroepsordes er niet voor zorgen dat behandelaars identiteit, lijden en ontwikkelingsproces kunnen onderscheiden, beschermen zij de jongere niet meer en beginnen zij haast te legitimeren, schrijft zij.
Het symbolische en het lichamelijke
Durão schrijft dat het mannelijke en het vrouwelijke in een symbolische lezing niet alleen biologische of sociale categorieën zijn, maar ook psychische beelden: manieren om zich tot de wereld te verhouden en het lichaam te bewonen. Het vrouwelijke symbolisch integreren is volgens haar echter niet hetzelfde als concreet de plaats van de vrouw innemen. Het vrouwelijke heeft een lichamelijke, historische en symbolische gelaagdheid die niet bij cultureel decreet kan worden uitgewist. Een kritiekloze affirmatieve benadering bevragen is volgens haar geen ontkenning van lijden; het is erop aandringen dat menselijk lijden meer verdient dan een automatisch antwoord. Waar de cultuur onmiddellijke instemming eist, moet de klinische praktijk tijd voor begrip bewaren, besluit zij. De aanhalingen uit haar essay zijn hier uit het Engels vertaald en samengevat.
Durão schrijft over Portugal, maar de vraag die zij stelt, hoe geslacht en genderidentiteit zich tot elkaar verhouden, is ook de vraag achter het Nederlandse debat over zelfidentificatie.

Saskia Weijermars
Redactie
Veelgestelde vragen
BRON
Genspect